donderdag 28 november 2013

Binnenkijken #4

Zeven weken lang op woordeloze woensdag een kijkje in ons huis. Deze week: Onze slaapkamer. Kom binnen!

woensdag 27 november 2013

Gastouderdagje

De wekker gaat om 6:45. Ik wil niet opstaan maar het moet. Mijn man wil ook niet opstaan maar dat moet ook. Ik trek snel mijn kleren aan en dek de tafel af. Manlief plukt de kinderen uit hun bed en om 7:00 zitten we aan het ontbijt. Ik smeer een boterham voor kleutermeisje en voor mezelf en zorg dat ik die laatste zo snel mogelijk naar binnen werk. Net op tijd want Babyboy staat op de stoep. Ik maak zijn pap en ga er eens goed voor zitten. Terwijl ik een half uur Brinta bij hem naar binnen lepel voeren mijn kinderen zichzelf en maakt mijn man zich klaar om naar zijn werk te gaan. Omdat ik anders in tijdnood kom, kleed hij ook nog 'even' de kinderen aan en besluit halverwege dat proces in plaats van met de fiets, met de auto naar zijn werk te gaan.
Als Babyboy zijn pap op heeft, of de beschikbare tijd verstreken is, zet ik snel wat spullen in de koelkast, maak ik Kleutermeisje haar schooltas klaar, hijs ik drie kinderen in hun jas en schoenen en hoppa, gelukt; om 8:10 vertrekken we naar school. Hop hop, meisje op haar stoel, een knuffel en een kus, even zwaaien en weer naar huis. Net de jassen uit en daar gaat de bel: dreumesjongetje maakt zijn entree. Hij komt nog niet zo lang dus het afscheid van mama is even moeilijk. Gelukkig helpen de auto's buiten en de aanblik van de duplobak en als snel is hij heerlijk aan het spelen.

T'is negen uur, tijd voor koffie.

In de periode van betrekkelijke rust die volgt, vouw ik de was op en voorzie ik twee jongetjes van ranja en een appel. Babyboy is onderweg naar school in slaap gevallen maar die is inmiddels ook weer wakker dus die knuffel ik en entertain ik met wat boekjes en liedjes. Daarna mag hij in de box. Dreumes- en Peuterjongetje vermaken zich ondertussen prima.Terwijl zijn ronddrentelen en spelen, groeit de chaos rondom mij. Ik verspil mijn energie er nog maar even niet aan. Om 11.15 maak ik mij op voor de volgende ronde in de spits. Babyboy krijgt fruit en daarna mag iedereen zijn jas weer aan. Drie winterjassen, drie sjaals, drie mutsen, drie paar handschoenen, drie paar schoenen, kwartier verder. Peuterjongetje schopt stennis want hij wil ook in de buggy wat uiteraard niet past. Ik doe wat ik niet wil doen en geef hem zijn speen, hij moet toch mee.
We halen het schoolplein op tijd en daar ontvouwt het volgende drama zich. Kleutermeisje wil met vriendinnetje A spelen, vriendinnetje T wil met haar spelen. Vriendinnetje A blijkt al een afspraak te hebben maar ook vriendinnetje T heeft inmiddels iets anders geregeld. Kleutermeisje blijft alleen en hartverscheurend huilend over. En ze wil ook in de buggy.
Ik gebruik al mijn motiverende gespreksvoering en 'chocopasta in plaats van smeerkaas' beloftes om het gezelschap thuis te krijgen. Dreumesjongetje valt in de buggy in slaap maar wil gelukkig nog wel even wakker worden om te eten. Ik smeer zes boterhammen en snij ze in 96 stukjes. Daarbij ben ik zo dom om peuterjongetje vruchtenhagel toe te staan.
Een half uur later liggen alle drie de jongetjes op bed. Ik maak me een kwartier kwaad en tover de chaos om tot een toonbeeld van orde en netheid. Of iets wat probeert in die richting te komen.

Tis half twee, tijd voor koffie.

Er is zelfs tijd voor dit blogje. Ondertussen keutelt kleutermeisje naast me met stiften en papier en weet ik dat de grootste drukte achter de rug is. Schatjes zijn het, alle vier!

dinsdag 26 november 2013

Vergane glorie

Vorig weekend vierden mijn zusje en ik de verjaardag van mijn vader. Zijn verjaardatum was al even geweest, maar het feestje had hij nog tegoed.

Omdat we dachten dat hij het leuk zou vinden (maar het niet zeker wisten, soms moet je een gok nemen) namen we hem mee naar een concert van Trinity, die op hun beurt weer buiten hun en/of onze comfortzone traden door op de treden op een heus poppodium (Lees: kleine donkere ruimte zonder ramen waar het naar bier ruikt).

Laten we zeggen dat we niet de enigen waren. Laten we ook zeggen dat het podium ongeveer even hoog lag als het gedeelte waar wij stonden. En laten we daaraan toevoegen dat de bandleden bepaald geen twee meter zijn. Conclusie: we zagen niks. Voor de pauze dan. Want in de pauze haalden we een trukendoos uit oude tijden naar boven die ons steeds iets verder naar voren voerde. En zowaar, in de tweede helft zag ik af en toe een halve gitaar en een kruin. Daarnaast had de organisatie ook door dat niet iedereen het even goed kon zien en verzocht de menigte zich allemaal naar voren te verplaatsen. Dat ging goed. Achter ons dan. Daar schoof iedereen gewillig naar voren. Voor ons daarentegen.. Heb je een beeld?

Goed, die tweede helft werd dus een feestje. Met veel vrolijke dansbare muziek. Beeld je er weer even in hoe we er bij stonden en hoe je dan dansen moet. Maar het ging! Als iedereen maar tegelijk naar links en tegelijk naar rechts loopt, komt het wel goed. Ik zweette me kapot. En dat de mensen voor me ook zweetten, rook ik toen we op vriendelijk doch dringend verzoek allemaal onze armen in de lucht staken.

Ik stond een beetje in dubio: vond ik het nou leuk of vond ik het een flop. En langzaam dwaalden mijn gedachten af, een jaar of 15 terug in de tijd. Toen was ik nog kleiner dan nu, maar met een stuk meer energie. Samen met mijn vriendinnetje van zelfde lengte en haarkleur was ik een diehard festivalbezoeker. Daar sliepen we niet maar zochten we tot een uur of drie 's nachts naar een tent waar nog wèl een band speelde. Als we die vervolgens gevonden hadden, observeerden we die niet van de zijlijn maar wurmden we ons door de mensenmassa naar voren totdat we de pit bereikt hadden. Daar sprongen we tussen de langharige mannen rond op onze kisten en lieten we ons liften om te crowdsurfen.

Ik ben veranderd, een soort vergane glorie. Ik verlang niet meer naar de pit of headbangen. Ik heb liever een beetje de ruimte. Maar de samengeperste mensenmassa en de muziek voerden me terug naar vroegere tijden en ik genoot. Niet alleen van vroeger maar ook van nu. Van Trinity. Van tijd met mijn zusje en mijn vader. Van het feest!

woensdag 20 november 2013

dinsdag 19 november 2013

Ups & Downs

Elke woensdag en elke donderdag rijdt zijn moeder hem om 7:00 door onze voordeur naar binnen. Mijn wekker is dan net een kwartier geleden afgegaan en ik gaap nog als ik me over zijn maxi cosi buig om hem goedemorgen te wensen. Ik weet zeker dat hij mij ook een goede morgen wenst want week na week kijkt hij me stralend en lachend aan. Meestal zet dat de toon voor de rest van de dag. Babyboy is de vrolijkste baby die ik ken.

Ik kan nog zoveel meer over hem vertellen. Over hoe hij het nodig vindt om zijn spraakoefeningen te doen als hij moet eten bijvoorbeeld. Geen praktische combi, wel een hilarische. Of over het aantal keren dat hij zijn hele bed/box/kinderwagen onderspuugde. Niet tof. Over het euforische gevoel dat ik had toen hij voor het eerst bij mij zijn hele bordje fruit leeg at. Of over daarvoor, toen ik huilde omdat zijn vader smste dat hij überhaupt een hap gegeten had. Over hoe vaak hij zijn sonde eruit heeft getrokken en hoe naar het was als de (hele lieve) mensen van de thuiszorg die opnieuw inbrachten. En over hoe hij daarna gewoon weer naar me lachte.

Babyboy heeft het syndroom van down. Het was om die reden dat ik heel graag het boek 'ups & downs' van Bernard en Aukje Renooij wilde lezen. In dit boek vertellen zij hun verhaal over hoe ze, na twaalf jaar wachten op een zwangerschap, een kindje met het downsyndroom verwachtten, kregen en er nu al drie jaar mee leven.

De ouders van Babyboy wisten voor zijn geboorte niet dat hij het syndroom van down had. Als ik het boek lees ben ik blij voor wat hen bespaard is gebleven. Bernard en Aukje hebben acht (8!) keer aan de artsen uit moeten leggen dat ze hun zoon gewoon geboren wilden laten worden. Met daarbij de harde cijfers dat 90% van de kindjes waarbij het syndroom van down voor de geboorte is vastgesteld, niet geboren wordt.

Bernard en Aukje vertellen een heftig en eerlijk verhaal over het leven met hun zoon Bernd. Heftig omdat Bernd behoorlijk wat tijd in het ziekenhuis heeft doorgebracht. Heftig omdat de dagen met hem thuis zo ontzettend intensief zijn (geweest). Eerlijk omdat ze niet doen alsof het makkelijk is. Eerlijk omdat ze ook hun twijfels, angsten en verdriet beschrijven. Maar ook: vol hoop voor de toekomst en vooral boordevol liefde voor hun zoon waarover er geen twijfel was of hij wel geboren mocht worden.

Het persoonlijke verhaal van Bernard en Aukje is aangevuld met de nieuwsbrieven die ze de afgelopen jaren verstuurd hebben en met de verhalen van de mensen die om hun gezin heen staan. Familie en vrienden maar ook artsen en andere hulpverleners. Vooral dat laatste vond ik interessant om te lezen omdat zaken die ik ongeveer wist, me nu duidelijk werden uitgelegd. Waarom eten zo lastig is voor kindjes met het syndroom van down bijvoorbeeld.

Als ik niet net voor middennacht begonnen was, had ik het boek in een keer uitgelezen. Je zit van het begin tot het eind in het verhaal van Bernard en Aukje. Midden in hun angst en hoop, hun vreugde en verdriet, hun ups en downs. Maar ik sloeg het boek met een glimlach dicht want, wauw, de liefde wint!

Op de cover prijkt trouwens een prachtige foto van Bernd. Mijn peuterzoon keek er naar en zei: 'Hé, dat ben ik!'. Daar kreeg ik tranen van in mijn ogen. Waar wij als eerste zijn handicap zien, ziet hij 'gewoon' blonde stekeltjes, stralende ogen en een brede glimlach. Net als hij heeft..

Ups & Downs ook lezen? Bestellen kan hier.
Nav het boek, wordt er een mini-symposium georganiseerd over de vraag waarom we screenen op het syndroom van down. Meer info hierover en een interview met Aukje lees je hier.

woensdag 13 november 2013

Binnenkijken #2

 Zeven weken lang op woordeloze woensdag een kijkje in ons huis. Deze week: De kamer van peuterjongetje. Kom binnen!
 
 
P.s. Mijn vriendinnetje van Love Johnny maakte de mooie poster boven het bed. De tekst is van Elly en Rikkert.
 

dinsdag 12 november 2013

Zwarte piet

Zwarte Piet. De man die het wereldnieuws beheerst deze dagen. Waar voorstanders voor pleiten en tegenstanders tegen strijden. De slaaf of de kindervriend?

Ik heb heel hard gelachen om tweets die ik voorbij zag komen. Gezucht om de VN die meenden zich er over te moeten buigen. Ik heb ongenuanceerd mijn mening gebleerd. Maar voor ik die het wereld wijde web op slingerde, heb ik me ook nog even ingelezen.

Hoewel ik dacht dat de huidskleur van zwarte piet zijn oorsprong vond in de smerige schoorsteen waar hij nachtelijks doorheen kruipt, ben ik daar niet helemaal zeker meer van. Wikipedia meldt bijvoorbeeld maar lief st zeven mogelijke herkomsten, waaronder een aantal racistische en een aantal demonische. Nou ben ik geen voorstander van racisme en ook niet van demonie maar wèl van Sinterklaas. En van zwarte Piet!

Vorig jaar rond deze tijd probeerde ik aan een Australische en een Amerikaanse in Londen uit te leggen wat het sinterklaasfeest inhoudt. Ze vonden het een raar verhaal. Net als die mevrouw van de VN zo te lezen. En ik denk dat er een essentieel onderdeel ontbreekt dat nodig is bij het vormen van je oordeel, en dat is ervaring!
De Australiër en de Amerikaan en ook de mevrouw van de VN zijn denk ik nooit tussen half november en begin december in Nederland geweest. Hebben nooit tussen duizenden kinderen in de miezerregen op de boot van Sinterklaas staan wachten. Nooit naast een zesjarige op de bank het sinterklaasjournaal gekeken en ademloos meebeleefd hoe zwarte piet de wereld redde. En ze hebben ook nooit de hand van mijn kleutermeisje vast gehad terwijl ze riep: 'kijk mama, zwarte piet!'. Wat iedereen die toen in haar ogen gekeken heeft, op die bank gezeten heeft en op die kade gestaan heeft, weet dat het sinterklaasfeest geen racistische feest is. Dat we met zwarte pieten niet uit willen beelden dat donkere mensen ondergeschikt zijn. Want wat de herkomst ook is, in 2013 is zwarte piet een held! Een grappige, lenige, vriendelijke, vrolijke man of vrouw die, oh ja, ook donker is. En voorzover ik me het herinner was dat in 1988 ook al zo.

Het spijt me echt voor mijn donkere landgenoten die uitgescholden worden voor zwarte piet. Het spijt me überhaupt dat ze uitgescholden worden en ik schaam me ervoor dat het gebeurd. Maar ik denk niet dat het zwarte pieten racistisch maakt, maar de mensen die het als scheldwoord gebruiken. En als we dan iets willen veranderen in dit land, laten het dan niet onze mooie tradities zijn maar de manier waarop we menen met onze landgenoten om te mogen gaan. Want daar valt nog wel wat winst te behalen!


maandag 11 november 2013

Ingewikkeld leven

Vandaag vind ik het leven even niet zo leuk meer.
Ik vind het ingewikkeld.
Heel ingewikkeld.

Ik vind het leven ingewikkeld omdat er mensen op straat leven en we als zorg- of participatiemaatschappij niet in staat zijn iedereen een dak en bed te bieden.

Ik vind het leven  ingewikkeld omdat mijn dochter lijstjes maakt met wie er op haar kinderfeestje mogen komen.
En er ook kinderen niet mogen komen.
En omdat ze haarfijn kan benoemen wie er nooit met iemand speelt.

Ik vind het leven ingewikkeld omdat zo'n 180 uitgeprocedeerde asielzoekers over 48 uur weer op straat staan omdat we te beroerd zijn om onze vreemdelingen op te nemen.

Ik vind het leven ingewikkeld omdat ik vandaag las dat maar liefst 95% van alle ontdekte downkindertjes niet wordt geboren.

Ik vind het leven ingewikkeld omdat er in elk geval 1770 mensen omgekomen zijn bij ene natuurramp. En omdat de vraag is wanneer de schade weer hersteld zal zijn. Als die ooit herstelt.

En ik bezoek evenementen over goed en recht doen en avonden met als thema 'dienen als levensstijl' en ik word enthousiast en denk 'ja dat wil ik!'.

Maar vandaag weet ik het ik het allemaal niet en vind ik het leven vooral heel ingewikkeld. Hier op de bank met mijn kopje koffie en mijn reep chocola.

woensdag 6 november 2013

zondag 3 november 2013

Goot 500

Afgelopen dagen was ik op Goot 500. Een groot evenement waar zogenaamde rechtbrengers van over de hele wereld bij elkaar waren om te inspireren, geïnspireerd te raken en elkaar te ontmoeten.

Sommige ervaringen zijn te groot voor mijn hoofd, laat staan voor een blog. Dan borrelt het en knaagt het, zijn de ideeën ontelbaar, de vragen even groot, groeien dromen en krijgen wensen vorm.
Goot 500 deed dat met me. Om dat het een fantastisch event was en omdat mijn hoofd er ruimte voor heeft. Heerlijk! Dat geeft me een energie die maakt dat ik ’s avonds nog een uur alleen op de bank voor me uit moet gaan zitten staren, voor ik in slaap kom.

wat ik hoorde op papier krijgen, zou een boek op leveren. Dat ga ik dus niet doen. Maar natuurlijk wil ik wel iets delen.

Zo luisterde ik bijvoorbeeld naar Inger van Nes. Zij vertelde over de begintijd van de vluchtkerk. Over hoe ze niet bewust koos om iets te doen, maar 'ja' zei toen ze gebeld werd met de vraag of ze kon komen helpen.  'Als je ogen eenmaal geopend worden', zei ze, 'dan kan je ze niet meer sluiten.'. Ik hoop dat mijn ogen altijd open zullen zijn voor wat er gebeurd. Dat ik niet bang zal zijn dat de dingen die moeten gebeuren te veel, te zwaar of te heftig voor me zullen zijn. Maar dat ik doe wat ik kan doen.

Ook bezocht ik een workshop van Roel Kuiper. Die is hoogleraar en politicus en zette daarnaast een bijzondere en inspirerende stap in zijn leven. Hij verkocht zijn huis in een chique wijk in een dorp en ging in een achterstandswijk in Amsterdam wonen. Waarom? Omdat daar christenen nodig zijn! En omdat christen zijn niet betekent dat je met je medechristenen in een kerkgebouw gaat zitten (ook dat maar niet vooral) maar dat je een gemeenschap bent met de mensen om je heen. Ook die met een andere kleur en ook die met een ander geloof.

En zo waren er nog zoveel anderen, die beschreven of bezongen wat voor hen recht doen is. Zoveel anderen die me aan het denken zetten. En nu? Concreet? Daar ga ik over nadenken. Gelukkig heb ik mezelf die tijd ook te geven. Om te denken en te dromen. Een ook om te durven en alvast wat te doen. Want kleine stappen maken ook een grote. Wordt vervolgd..

Meer weten of ook geïnspireerd raken? Kijk eens op www.goot500.nl, daar kan je vanaf komende week alle sprekers beluisteren.